Wensdoelen C2 en C3

C2 Diensten zijn in vorm zeer gevarieerd, creatief en inclusief, geen vaste liturgievolgorde.
C3 We hebben gevarieerd aanbod van zang en muziek, qua stijl en inhoud. Waaraan iedereen mag en kan meedoen.
Wat zijn achterliggende gedachten, voor zover te achterhalen? Er is een roep om meer variatie, creativiteit en inclusiviteit in de diensten. Welke behoefte daarachter zit, wordt niet expliciet gemaakt. We mogen aannemen dat die te maken heeft met
  • het uitgangspunt dat liturgie geen invuloefening is maar een creatieve omgang met de traditie, om die steeds opnieuw aan te boren met het oog op het leven hier en nu;
  • het besef dat liturgie er ook is om ons op andere gedachten te brengen, uit onze comfort zone te halen, uit onszelf weg te roepen en op nieuwe manieren met elkaar in verbinding te brengen;
  • de wens om met onze diensten zo veel mogelijk mensen aan te spreken en daarom variatie in inhouden, vormen en stijlen te bieden;
  • de wens dat iedereen zich in onze diensten welkom en aangesproken voelt (inclusiviteit).

De ‘vaste’ vorm van de kerkdiensten lijkt de laatste tijd aan het verschuiven te zijn onder invloed van de beperkingen waaronder de diensten gerealiseerd moeten worden. De ervaringen die de laatste tijd zijn opgedaan bij het opnieuw vormgeven van de diensten zijn van grote waarde voor het denken in termen van mogelijkheden (kansen) en vernieuwing. Hoe kunnen we de ruimte daarvoor zoveel mogelijk open houden?

Soms wordt het maken van diensten toch ervaren als een knellende ‘invuloefening’ met vaste onderdelen en vaste rollen, terwijl er voldoende ruimte lijkt te zijn om meer te variëren en ook te experimenteren.

Dat vraagt ook om een heroverweging van de manier waarop de muziek is georganiseerd, o.a. de rol van de zanggroep en andere muzikanten.
Soms is het nodig om mensen heel gericht en persoonlijk uit te nodigen om ergens aan deel te nemen.

Hoe zou de gewenste situatie eruit kunnen zien?

De kerkdienst is een laagdrempelige plek waar veel verschillende mensen zich thuis voelen.

De voorbereiders van de diensten bedenken bij elke dienst welk(e) karakter, opbouw, vormen en inhoud voor hen het meest passend zijn en schuwen daarbij het experiment niet. Dat gebeurt in voorbereidingsgroepen, voorbereidingsteams of in andere vormen waarin gemeenteleden ‘de dienst uitmaken’.

Er is een grote variëteit aan vormen die de voorbereiders ter beschikking staat om hun ‘verhaal’ te vertellen in de liturgie. Onderdeel van vormgeving kan ook zijn: dans/beweging, theater, literatuur/poëzie, media, ….
Er zijn geen vaste voorschriften, maar een ‘groei-model’ waarin ideeën worden uitgeprobeerd en al of niet worden doorgezet en vastgehouden afhankelijk van hun mogelijkheden. De voorbereidingsgroepen hierbij kunnen hierbij worden ondersteund door de muziekbegeleiders. Ook is er een ‘ideeënboek’ waar de voorbereiders inspiratie uit kunnen putten, o.a. voor een aantal vaste of veel voorkomende elementen (opening en afsluiting, bidden, zingen, lezen, bezinnen, delen,…), voor verschillende manieren om muziek in te zetten en zij kunnen daaraan hun eigen ideeën toevoegen.

De zanggroep wordt niet standaard in de dienst ingezet, maar alleen als de voorbereiders dat willen. Spelers (op allerlei gebied) nemen deel aan de dienst, als solist of in een groep. Er is een poule van spelers die oproepbaar zijn.

Wat zijn mogelijke nadelen en belemmeringen en hoe zouden die ondervangen kunnen worden?

Veel variatie kan leiden tot verlies van herkenbaarheid, waardoor mensen die hechten aan de liturgische traditie die de KGK heeft opgebouwd, zich mogelijk vervreemd voelen. Voor anderen zorgt variatie juist voor herkenbaarheid.

Experimenteren beweegt zich soms op de grens van chaos. Toch kan juist hier het model voorbereidingsgroep – MAG en de dialoog die daar plaatsvindt, garant staan voor een geleidelijke ontwikkeling waarbij het goede behouden blijft. Anderzijds kunnen gegroeide tradities en werkwijzen ook belemmerend werken.

Aan een aantal randvoorwaarden voor het succesvol inzetten van spelers moet worden voldaan. Bijvoorbeeld: tijdig plannen van het muziek/dans/drama/… -aandeel in de dienst. Beschikbaarheid van basismateriaal zoals arrangementen. Sommige (jonge) spelers zullen enige coaching en begeleiding nodig hebben.

Het themarooster kan beperkend werken voor de creativiteit, zowel qua inhoud als aantal diensten per serie of plaatsing van thema’s in het jaar.
Toch moet bij de diensten de planning van data en repertoire al in een voeg stadium gelijkgeschakeld worden tussen voorbereiders, zanggroep en muzikanten. De ‘personele bezetting’ van muzikanten/zangers in de dienst staat niet van tevoren vast, maar moet wel tijdig bekend zijn ivm beschikbaarheid van de deelnemers. Dat vereist een andere organisatie.

Er zal ook nagedacht moeten worden over hoe om te gaan met situaties waarin kort van te voren pas duidelijk wordt wat rol van muziek en zanggroep is.

Wat is er nodig om dit van de grond te krijgen?

Bereidheid bij voorbereidingsgroepen, -teams etc. om ‘from scratch’ na te denken over vorm en opbouw van de diensten.

Een planning/werkwijze waarbij de keuzes voor het (muzikaal) vormgeven van de diensten eerder gemaakt worden dan we nu gewend zijn.

Een liturgisch goed doordacht ‘ideeënboek’ van mogelijke vormen en inhouden die geen dwingend kader is, maar het ook mogelijk maakt dat een dienst de vorm krijgt van bijvoorbeeld een inleiding, gevolgd door een lunchgesprek aan tafels. Met ook veel ideeën voor de muzikale invulling.

De manier waarop dit vorm krijgt verdient veel aandacht. Liefst digitaal met veel beeldmateriaal. Het liefst volgens een groeimodel met regelmatige evaluatiemomenten en bijstelling (open source?).

Een (wisselende) groep die het proces van liturgie maken op een positieve, constructieve en coachende manier begeleidt. Onderzoeken van randvoorwaarden voor het oprichten en in stand houden van een spelersgroep. Daarbij kijken naar een verbinding met de voorstellen voor Ontmoeting (o.a. muziek maken buiten de diensten om).

Wat is er nodig om het in stand te houden?
  • Begeleiding, ondersteuning en scholing.
  • Periodieke, zo breed mogelijke evaluatie.
  • Onderhoud van de creatieve energie door geregelde inspiratiebijeenkomsten etc.
Waken voor ‘creatieve dwang’: werken volgens de huidige opzet van de diensten of juist klassieke liturgische tradities moet mogelijk blijven, juist ook uit het oogpunt van variatie.