‘Stotterende sonnetten’. Die hebben we met elkaar gelezen, op weg naar Pasen. Teksten die dichtbij komen en raken. In het hart. In het vlees.
Zo heet ook de dichtbundel waar die sonnetten in staan van Roelof ten Napel (1993): ‘In het vlees’.
Zijn teksten gaan over verlangen dat geen uitweg vindt, liefde die snijdt, geloof dat hapert, schreeuwt, zwijgt. Soms ook zoeken naar God; die hem vaker kwijtraken dan vinden. En toch…
Het wordt spannend, de Stille Week!
Op Witte Donderdag gaat het over gemeenschap. Over de vraag waar je de grenzen daarvan trekt, over waar je bij wil horen en waar niet. Zoals Roelof dicht:
ik zoek een samenzijn
dat een grens kent, maar van een andere aard,
een van genade
bevende lijn
Op Goede Vrijdag gaat het over pijn. Kan iemand anders die voor je dragen? Roelof dicht over pijn:
en als ik je geknakte hand zie
begrijp ik, terwijl ik het niet weet,
dat zoiets ook in jou heeft geleefd –
Op Stille Zaterdag is nieuw begin, nieuw licht na het donker het thema. Hoe doe je dat in hemelsnaam, opnieuw beginnen, doorgaan met leven na het ervaren van heftige pijn? Een citaat:
probeer te begrijpen dat hij zich aan laat raken
waar het pijn heeft gedaan – niet zijn lichaam, niet zijn hart,
maar wat hij zelf ook maar ontvangen had, en nu opnieuw ontvangt,
maar in de handen van een ander
