Op zondag 7 juni was er in de Keizersgrachtkerk een dienst waarbij alles anders was. We begonnen met de zegen en eindigden met de begroeting. Eerst kregen we het brood en de druivensap en daarna de collecte. Iedereen zat eerst op zijn/haar/hun eigen vertrouwde plek in de kerkbanken en aan het eind op een andere plek. Dat was verrassend en verfrissend, maar ook misschien wat ongemakkelijk.
De preek was ook anders, geen uitleg met antwoorden, maar alleen maar vragen. Deze bijzondere ‘Preek met vraagtekens’ is de moeite waard om (nog een keer) te lezen.
VRAAG
Deze hele dienst omgekeerd: álles iets anders. Dat betekent: ook geen uitleg, maar het tegenovergestelde. Geen uitleg, maar een vraag. Of beter gezegd: een heleboel vragen.
Want ik heb ook niet alle antwoorden. In tegendeel… Misschien jullie wel? (Dat was het eerste vraagteken. Op naar heel veel meer.)
Waarom worden mensen eigenlijk zo ongemakkelijk van verandering?
Waarom vinden we het al moeilijk als iemand op ‘onze’ plek zit?
Waarom houden mensen zo van vaste volgordes? Van weten wat er komt? Van ritme?
Omdat vaste dingen ook fijn zijn, en rust geven?
Omdat je niet steeds over alles hoeft na te denken?
Omdat het veilig en vertrouwd voelt?
En is dat eigenlijk erg?
Hebben mensen juist vaste dingen nodig omdat de wereld al ingewikkeld genoeg is? Omdat het leven al ingewikkeld genoeg is?
Wat als jij vandaag helemaal geen zin hebt om te experimenteren?
Wat als je juist verlangt naar iets dat blijft?
Naar een plek vol vertrouwdheid, waar je op adem kunt komen?
Mag dat ook?
Moet iedereen altijd moedig zijn?
Kun je je veilig voelen zonder dat alles vaststaat?
Kan iets wat vertrouwd is, ook een beetje vast gaan zitten?
Kan een mens vast gaan zitten?
Kan een samenleving vastzitten?
Kan een kerk vastzitten?
Wat houdt ons hier eigenlijk bij elkaar?
Zijn het de tradities?
De dingen die altijd hetzelfde blijven?
Of is er iets anders?
Kun je van mening verschillen, en toch samen blijven?
Kun je anders geloven, en toch één gemeenschap zijn?
Hoeveel verschil kan een gemeenschap verdragen?
En hoeveel verschil heeft zij misschien juist nodig?
En op wereldniveau:
Hoeveel dingen zijn gewoon geworden omdat we denken: zo gaat het nou eenmaal?
Welke dingen zijn zo vanzelfsprekend geworden dat bijna niemand zich nog afvraagt of het ook anders kan?
Dat sommige mensen veel te veel, en andere mensen veel te weinig hebben?
Dat er altijd weer zondebokken zullen worden gevonden?
Dat sommige mensen altijd 1-0 achter staan?
Dat de economie moet blijven groeien, koste wat kost?
Wie heeft eigenlijk bepaald dat dingen moeten blijven zoals ze zijn?
Wie heeft er belang bij, dat er niets verandert?
Wie zegt dat het niet anders kan?
Welke tafels zou Jezus vandaag omver duwen?
Maar waarom voelt verandering soms gevaarlijk?
Zijn we bang om onze nek uit te steken?
Bang dat alles uit elkaar valt?
Bang dat we iets kostbaars kwijtraken?
Bang dat we elkaar kwijtraken?
Maar wat gebeurt er als niemand ooit iets opschudt?
Als niemand ooit vraagt: ‘Waarom eigenlijk?’
Als niemand zich ooit boos maakt?
Als niemand meer voor iets vecht?
Wat gebeurt er met een gemeenschap als het niemand meer een fluit kan schelen?
Gooide Jezus die tafels-in-de-tempel om, omdat hij alles kapot wilde maken?
Of omdat die plek hem alles waard is?
Kun je kritisch zijn op iets, en er tegelijkertijd van houden?
Kan ontregelen ook een vorm van liefde zijn?
Een liefde die weigert zich neer te leggen bij wat is vastgelopen?
Kon het ook anders, toen
Kan het ook anders, nu?
Straks?
Mag een mens boos worden?
Mag de Mensenzoon boos worden?
Zou Jezus later hebben gedacht dat hij beter eerst even tot tien had kunnen tellen?
Mag het in een gemeenschap ook botsen, schuren, knetteren?
Hoort dat erbij als mensen ergens hartstochtelijk om geven?
En hoe zorgen we er dan voor dat we elkaar niet beschadigen, als de emoties hoog oplopen?
Hoe zit het met jouw heilige woede?
Gooi jij weleens tafels om?
Durf jij dat?
Of ben je meer iemand die ze snel weer rechtop zet?
Welke tafels in je leven houd je overeind?
Waarom eigenlijk?
En wat gebeurt er als je ze een klein duwtje geeft?
Ontstaat er dan ruimte?
Of leegte?
Of allebei?
En als het leven wankelt: kun je het daarin uithouden?
En wat als je een droom hebt, wat als je probeert om dingen om te gooien, maar alles toch precies
hetzelfde blijft?
Is het dan mislukt?
Is iets-proberen alleen waardevol als het lukt?
Of zit er ook hoop in het proberen zelf?
In je koppige geloof dat de wereld niet af is?
Dat wij niet af zijn?
Dat jij niet af bent?
Wat is jou eigenlijk zó dierbaar, dat je er voor wil vechten?
Is er een vraag die blijft hangen?
Zal ik volgende keer weer een uitleg houden met wat minder vraagtekens? 😉
Amen?
