Stille Week

We leggen rauwe spiegelteksten naast het lijdensverhaal van Jezus. Die teksten komen dichtbij en raken. In het hart. In het vlees.

'Stotterende sonnetten’. Die gaan we met elkaar lezen, op weg naar Pasen. Teksten die dichtbij komen en raken. In het hart. In het vlees.
Zo heet ook de dichtbundel waar die sonnetten in staan van Roelof ten Napel (1994): ‘In het vlees’.
In dit lijvige werk onderzoekt hij de spanning tussen geloof, gemeenschap, (homo)seksualiteit en liefde. Zonder die spanning op te lossen. Het wordt dus spannend, de voorbereiding op de Stille Week!

Bladzij na bladzij stort Roelof zijn doorleefde woorden over ons uit. Als voorbereidingsgroep zullen we een paar van zijn teksten in alle rust op ons in laten werken. Teksten die gaan over verlangen dat geen uitweg vindt, liefde die snijdt, geloof dat hapert, schreeuwt, zwijgt. Woorden die zoeken naar God; die hem vaker kwijtraken dan vinden. En toch…

Wat roepen Roelofs sonnetten in ons op: in ons eigen vlees? Worden we erdoor geraakt? Herkennen we zijn existentiële vragen? En zijn voorlopige antwoorden – stotterend en wel? In de drie vieringen op weg naar Pasen leggen we de oude woorden naast deze nieuwe woorden. Niet om ze met elkaar te verzoenen, maar om ruimte te maken. Ruimte voor onze eigen vragen, ons niet-weten, ons struikelen en tasten, en voor die momenten waarop we Gods hart voelen kloppen onder onze eigen huid.

Judas krijgt het laatste woord in de bundel. Een twijfelende, kritische, ontroerende figuur. Woordvoerder van al die mensen die maar al te goed weten hoe het is om buitengesloten en verketterd te worden. En dat door gemeenschappen die naastenliefde zogenaamd hoog in het vaandel hebben staan... Judas is de verpersoonlijking van het ‘uitschot’, die kiest voor een engagement met de underdog, de wereld van het vlees, en het hier-en-nu. Hij lijkt wel een beetje op Roelof zelf…
‘Ik zoek geen volk […]’, dicht hij in SONNET XCI.

‘ik zoek een samenzijn
dat een grens kent, maar van een andere aard, een van genade
bevende lijn’.

Zoek je mee, met Roelof, en anderen op weg naar Pasen – naar dat heilige samenzijn?

Wil je alvast wat meer lezen? Zie onder voor een voorproefje.
In het vlees gaat over de vraag wat het betekent pijn te lijden, lief te hebben en te sterven - en voor wie je dat doet
aldus de achterflap.

Recensies

Er staan interessante recensies op internet:

  • 'Onzekerheid en pijn op hoog niveau' - door Paul Roelofsen op de site van Meander

  • 'Stotterende sonnetten' door Gaston Franssen op de site van De Reactor

  • 'Voor dichter Roelof (26) doet de vraag of God bestaat er niet meer toe' door Sander Becker in Trouw (voor Trouw-abonnees)

Praktische informatie

Coördinatie: Herman Schalk
Theologische begeleiding: Annelies Jans

De data van de diensten zijn:
Witte Donderdag, 2 april, 20.00 uur
Goede Vrijdag, 3 april, 20.00 uur
Stille Zaterdag, 4 april 21.00 uur
De voorbereiding zal starten in de week van 9 februari. Of dat in fysieke bijeenkomsten zal zijn (overdag of 's avonds) of online zal bepaald worden in overleg met de deelnemers.

Vragen om meer info of aanmelden kan via onderstaande knop.

Voorproefje

Hieronder een voorproefje, om vast op te kauwen. De 140 sonnetten zijn genummerd, maar staan niet in die volgorde in het boek. Zo staat SONNET I er als laatste in.
SONNET XVI

hier is het beslissende ogenblik,
het beslissende ogenblik: god
is op aarde teruggekeerd, maar hij weet niet zo goed
wat hij moet doen, hij herkent het hier niet, alles is zo
anders geworden – we zijn hem stilzwijgend voorbijgestreefd,

hij was niet dood, hij was gewoon even wandelen –

god huilt –
god huilt, want hij begrijpt het niet,
wil iemand hem troosten?

zijn leeggelopen handen beetpakken
en zeggen: het is goed,
het is goed zo,
ze vasthouden tot het avond, ochtend wordt
SONNET LII

man, naakt gemaakt, bloed in zijn haar,
met handen en voeten aan kruishout genageld –
een krachtig beeld, ja,

maar dat hij het leed der wereld draagt?

een wreed soort marteling:
mensen niet slechts te laten lijden, maar hen hun leed,
tegelijk, te ontzeggen –

ik sta aan de voet van het kruis
en kijk omhoog, en zie
de ogen van de zoon van god, door hem verlaten –
ik kijk hem aan en zeg hem
dat mijn leed het mijne was, en niemand het wegnam,
er niemand anders was in wiens handen ik
mijn geest bevelen kon
SONNET I

en de dauw die toen we wakker werden
op het gras lag
was zo vol van licht,
als scheuren in glas

bijna ver-
brijzeld, één aanraking
ervandaan –

je stak je hoofd uit de tent,
deed je ogen
met moeite
open, en ik vroeg me af

of je zag wat ik zag,
die scherven daar,
verspreid over de grond
© 2025 Keizersgrachtkerk
Privacyverklaring